Choose your country

Pulldown 2
Pulldown 2
Pulldown 2
Pulldown 2
Pulldown 2
Pulldown 2
Pulldown 2
Pulldown 2
Pulldown 2

Voegbreedtes in keramisch tegelwerk

Opdrachtgevers eisen tegenwoordig steeds meer van de vorm en uitstraling van het totale tegelwerk. Niet alleen het type en formaat tegel, maar ook de kleur en breedte van de voegen bepalen grotendeels de uitstraling in een ruimte. Bij het uit esthetisch oogpunt bepalen van de voegbreedte moeten we echter één ding niet uit het oog verliezen: de werkelijke functie van de voeg.

Waterkering
Een voeg moet op de eerste plaats voorkomen dat er vuil en vocht tussen en achter het tegelwerk komt. Samen met de tegel vormt de voeg de eerste waterkering in een natte omgeving. Tegenwoordig verschijnen steeds meer gerectificeerde tegels (tegels waarvan de zijkanten na het bakken recht zijn gezaagd) op de markt. Deze tegels worden doorgaans met zeer smalle voegen verwerkt. Hierbij zijn voegen van 1-1,5 mm eerder regel dan uitzondering.

Minimumbreedte
De minimumvoegbreedte voor wandtegels is 2 mm en voor vloertegels 3 mm. Liever zien we, zoals bij normale wandtegels (met afgeronde of afgeschuinde zijkanten), een minimale voegbreedte van ongeveer 3 mm en voor vloertegels 4 mm. Bij deze voegbreedtes kan het voegmateriaal op een acceptabele manier door een tegelzetter worden aangebracht, zonder allerlei kunst- en vliegwerk. Bij smalle voegen wordt veel van de ‘creativiteit’ van de verwerker verlangd. Aan de waterverhouding wordt dan het eerst ‘gesleuteld’.

Brosreepstructuur
Meer water geeft een slappere voegmassa die weliswaar makkelijker in de voegen is te verwerken, maar waarbij je ook het risico loopt van ontmenging. Bij ontmenging (lees: overschot aan water) ontstaan problemen bij het uitharden van de voeg. Overmatige krimp, verkleuring en sterkteverlies (‘Brosreepstructuur’ met veel capillairen/holle ruimten) kunnen het gevolg zijn.
Een tekort aan water gedurende de afbinding is het andere uiterste. Hierdoor ontstaat ‘verbranding’, omdat het water te snel wordt onttrokken door bijvoorbeeld de ondergrond, omgeving en/of zijkant van de tegel. Bij een smalle voeg is de ‘body’ van de voeg gering. Bij vochtonttrekking heeft dit meteen gevolgen voor de kwaliteit van de voeg. Het hydratatie (afbind)-proces stopt als het benodigde water er niet meer is. Hierdoor ontstaat een zachte, onsterke voeg. Ook overmatige lijmrillen tussen de tegels geven de voeg minder body. Verwijder deze daarom altijd voor het afvoegen van het tegelwerk.

Tips voor goed voegwerk
De kwaliteit van de voeg in het tegelwerk wordt door vele factoren bepaald. De belangrijkste aandachtspunten zijn:

- denk aan de minimale voegbreedte
- gebruik de juiste waterverhouding bij het aanmaken van de voegmortel
- de ideale verwerkingstemperatuur is 20º C (minimaal 5º C)
- vermijd tocht en te hoge temperaturen (maximaal 30º C)
- laat de voeg goed aantrekken alvorens na te sponzen
- gebruik geen overmatig water bij het nasponzen (ontmenging aan de top en verkleuring).

Ook bij profielen
Al met al een heel verhaal over de zeer belangrijke millimeters tussen de tegels. Houd bij het uitzoeken en verwerken van gerectificeerde tegels rekening met een minimale voeg van 2 mm voor de wand en 3 mm voor de vloer. Deze opmerkingen gelden niet alleen voor de voegen tussen de tegels maar ook voor de voeg tussen de tegel en een (hoek)profiel.